print header van aken architecten

Ruimtelijk beleid overheid

print LinkedIn

Een kwalitatief onderzoek naar ruimtelijk beleid van de overheid en het stedelijk werkmilieu van creatieve kenniswerkers.

In het onderzoek is gekeken naar de aansluiting van het stedelijk werkmilieu voor creatieve kenniswerkers zoals dat vanuit de overheid met ruimtelijk beleid wordt ingericht en de wijze waarop de jongste arbeidsgeneratie hier inhoud aan geeft. Uit de resultaten blijkt dat er een verbetering mogelijk is. Bij beleidsvoering wordt er namelijk vanuit een breder maatschappelijk belang en van afstand naar creatieve kenniswerkers gekeken en in mindere mate naar de doelgroep zelf. Resultaten tonen echter ook het belang aan van kennis over de persoonlijke karakteristieken van de doelgroep. Met een focusgroep is er een eerste verkenning gedaan naar ontbrekende elementen in ruimtelijk beleid die een relatie hebben met de sociaal-culturele context van creatieve kenniswerkers. Hierin komt naar voren dat de sociaal-culturele achtergrond van de jongeren onder andere van invloed is op het type ondernemer dat zij aangeven te (willen) zijn. Ondernemen doe je volgens de creatieven vanuit je talent en de basis van de onderneming moet ‘eerlijk’ zijn. Dat wil zeggen zonder financiële injecties. Jonge zzp’ers zijn in eerste instantie bezig om te ontdekken waar zij sterk in zijn. Het faciliteren van goedkope werkruimte alleen is daarom niet voldoende. Voor een betere aansluiting van het stedelijk werkmilieu dient bij beleidsvoering dan ook te worden gekeken naar de sociaal-culturele context van creatieve kenniswerkers.
Voor het volledige rapport klik hier.

In het onderzoek is gekeken naar de aansluiting van het stedelijk werkmilieu voor creatieve kenniswerkers zoals dat vanuit de overheid met ruimtelijk beleid wordt ingericht en de wijze waarop de jongste arbeidsgeneratie hier inhoud aan geeft. De Nederlandse overheid heeft de ambitie om tot de top vijf van kenniseconomieën in de wereld te behoren en met het bedrijfslevenbeleid zet zij in op versterking van de creatieve industrie. Beleid voor de creatieve industrie stuurt aan op versterking van kennis en de samenwerking daarin tussen overheid, bedrijven en kennisinstellingen. Dit beleid wordt met name vanuit een maatschappelijk belang ingezet, maar de werving van creatieve kenniswerkers heeft ook aandacht nodig vanuit de sociaal-culturele context. De jongste generatie is namelijk opgegroeid in een veranderde maatschappij dat mogelijk gevolgen heeft voor de leefstijl van deze jongeren. Aan de hand van de volgende centrale vraag wordt de probleemstelling onderzocht:

“In hoeverre sluit ruimtelijk beleid voor een stedelijk werkmilieu aan op de wijze waarop de jongste generatie creatieve kenniswerkers deze inhoud geeft?”

Demografische ontwikkelingen tonen zowel vergrijzing als ontgroening. Ook in de creatieve industrie leidt dit tot een krappe arbeidsmarkt. Maar er is nog betrekkelijk weinig bekend over de jongste generatie beroepsbevolking. En onderzoek naar een gewenst stedelijk werkmilieu voor het aantrekken van creatieve kenniswerkers is nog relatief schaars. De jongste generatie (generatie Einstein) is sinds 2008 op de arbeidsmarkt. Juist onderzoek naar de jongste generatie die werkzaam is in de creatieve industrie verschaft aanknopingspunten voor de prognose van toekomstige ontwikkelingen.

In dit onderzoek wordt eerst met een literatuurstudie gekeken naar de leefstijl van de jongste generatie creatieven. Vanwege maatschappelijke veranderingen zijn er verschillen bij jongeren waar te nemen ten opzichte van tien jaar geleden. Zo zijn zij erg ambitieus, ondernemingsgezind en tonen een toegenomen behoefte aan vrijheid in het werk in relatie tot voorgaande generaties. Vanuit het leefstijlonderzoek komt naar voren dat creatieve kenniswerkers vooral werkzaam en woonachtig zijn in een stedelijke omgeving. Werk is belangrijk maar als levensdoel staat genieten van het leven voorop. Als pioniers bedenken zij graag nieuwe ideeën en experimenteren met nieuwe producten.

Achtereenvolgens wordt vanuit de evolutionaire economie beschouwd op welke wijze de overheid invloed uitoefent op het stedelijk werkmilieu van creatieve kenniswerkers. Regionale beleidsvoering wordt vooral ingezet voor economische groei en clustervorming door verbetering van de samenwerking tussen kennisintensieve bedrijven in de creatieve industrie. Terwijl ruimtelijk beleid op een stedelijk schaalniveau hoofdzakelijk wordt ingezet voor de behoeften van creatieve kenniswerkers. Hierin stimuleert de overheid voor het aantrekken van creatieve kenniswerkers in haar stedelijk werkmilieu specifiek een aantal elementen: het werkmilieu, de woonomgeving en de stedelijke functies. Deze interventie van ruimtelijk beleid op het stedelijk werkmilieu vindt hoofdzakelijk plaats vanuit een economisch belang. Omdat met de literatuurstudie de invloed van ruimtelijk beleid op het stedelijk werkmilieu niet vaststaat, wordt achtereenvolgens ruimtelijk beleid in de praktijk verkend.

Met een enkelvoudige casestudy wordt de beleidsvoering van gemeente Eindhoven verkend. Eindhoven is de spil voor de doelstellingen van Brainport en door het Rijk en de provincie aangewezen als hoeksteen van het nationaal stedelijk netwerk Brabantstad. Dit beïnvloedt de ambitie van het Centrumgebied van Eindhoven. Het Centrumgebied vormt een representatief onderzoeksgebied omdat gemeente Eindhoven creatieve kenniswerkers wil aantrekken door het faciliteren van een aantrekkelijk woon- en werkmilieu voor hoger opgeleiden. Centraal staat de wijze waarop de gemeente met ruimtelijk beleid het stedelijk werkmilieu van het Centrumgebied in Eindhoven vormgeeft.

Hiervoor worden schriftelijke bronnen geraadpleegd en interviews gehouden met de gemeente Eindhoven. De beleidsvoering voor het stedelijk werkmilieu in Eindhoven wordt hoofdzakelijk vormgegeven vanuit de maatschappelijke context. Veel initiatieven moeten bijdragen aan een schaalsprong van Brainport en aansluiten aan op het economische profiel van de stad. Hierbij wordt in mindere mate gekeken naar de creatieve kenniswerker zelf.

Elementen als leefstijl en generatiekenmerken komen dan ook niet in de beleidsvoering terug. Omdat de sociaal-culturele context naar verwachting wel van invloed is op de wijze waarop de jongste generatie creatieven inhoud geeft aan het stedelijk werkmilieu, is de doelgroep zelf benaderd en zijn creatieven gevraagd naar hun persoonlijke voorkeuren in relatie tot het stedelijk werkmilieu in Eindhoven en de faciliteiten hierin vanuit de beleidsvoering.

Met een focusgroep onderzoek wordt er vervolgens een eerste verkenning gedaan naar ontbrekende elementen in ruimtelijk beleid die een relatie hebben met de sociaal-culturele context van creatieve kenniswerkers. In een groepsinterview wordt de doelgroep van dit onderzoek gevraagd naar de wijze waarop zij inhoud geeft aan het stedelijk werkmilieu in Eindhoven. Hierin komt naar voren dat de sociaal-culturele achtergrond van de jongeren onder andere van invloed is op het type ondernemer dat zij aangeven te (willen) zijn. Ondernemen doe je volgens de creatieven vanuit je talent en de basis van de onderneming moet ‘eerlijk’ zijn. Dat wil zeggen zonder financiële injecties. Jonge zzp’ers zijn in eerste instantie bezig om te ontdekken waar zij sterk in zijn. Meer ervaren ondernemers willen daarentegen een volgende stap zetten naar een meer waardevol bedrijf. Het faciliteren van goedkope werkruimte alleen is niet voldoende. Als pioniers vragen de creatieven dan ook om faciliteiten die passend zijn op de fase waarin zij zich als ondernemer bevinden. Zodat zij zich binnen de creatieve industrie kunnen blijven ontwikkelen en exploreren.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er een verbetering mogelijk is in de aansluiting van ruimtelijk beleid voor een stedelijk werkmilieu en de wijze waarop creatieve kenniswerkers er inhoud aan geven. Bij beleidsvoering wordt er namelijk vanuit een breder maatschappelijk belang en van afstand naar creatieve kenniswerkers gekeken en in mindere mate naar de doelgroep zelf. Resultaten tonen echter ook het belang aan van kennis over de persoonlijke karakteristieken van de doelgroep. Voor een betere aansluiting van het stedelijk werkmilieu dient bij beleidsvoering dan ook te worden gekeken naar de sociaal-culturele context van de creatieve kenniswerker an sich.

Eindhoven, september 2012.

Auteur
Ing. G. Linssen – Adriaans MRE

MRE jaargang 2010-2012

Begeleiders
Dr. F. de Vor (eerste begeleider)
Drs. W. van der Post PhD (tweede begeleider)
Ir. R de Goeij (interne begeleider)

Lees meer...