print header van aken architecten

columns

Coen Smets (29) is assistent ontwerper bij van aken architecten. Daarnaast schrijft hij columns. Gedachtekronkels, fascinaties en frustraties over alles wat maar enigszins met architectuur te maken heeft. In hoeverre wijkt die blik af van de gangbare architectuurbeleving?


archief

Kerstgedachten - december 2011

door Coen Smets

Zomaar een paar willekeurige kerstgedachten:
…Sinterklaas is nog niet opgerot, of je hoort de jingle bells overal alweer autistisch rinkelen…
…Nooit gaan we naar de kerk, maar tijdens kerst gaan we naar de nachtmis…
…Nooit staan we vrijwillig in de file, maar voor een meubelcentrum op tweede kerstdag maken we graag een uitzondering…
…En maar blijven dromen van een witte kerst, en maar vloeken als we daardoor weer de stoep moeten schoonvegen en een half uur moeten krabben voordat we in de auto kunnen stappen…
…Het hele jaar door al luisteren we noodgedwongen naar dezelfde rukliedjes op de radio, maar tijdens de kerstvakantie acht men het toch noodzakelijk om de hele ‘top’ 2000 nog eens de revue te moeten laten passeren…
…Mariah Carey in een strak rood pakje behoort inmiddels al net zo sterk tot ons beeld van kerst als dat beeldje van dat tengere mannetje aan dat houten kruis…
…Kerstmis, dan besef je weer hoe belangrijk een rommelzolder is! “Nellie, ik geloof dat we Jozef weer kwijt zijn…”
…Ik heb niet eens tuingereedschap of groene vingers, maar met de kerst moeten mijn handen onder het hars komen te zitten en moet mijn trui nog drie dagen naalden ophoesten, anders weet ik niet dat het weer the most wonderful time of the year is…
…Waarom rijden die met lichtjes versierde Coca-Cola trucks eigenlijk nooit door de lichtstad?...
…Er komen zoveel films op tv tijdens de kerst. En helemaal ideaal is het dat je tussen de reclameblokken door ongestraft naar een andere zender kunt zappen zonder dat de verhaallijn verandert. Van Arnold Schwarzenegger, Bruce Willis tot Hulk Hogan, allemaal weten ze de ietwat turbulente kerstdagen nog op het nippertje te redden…
…Het hele jaar zit onze agenda ramvol gepland, waardoor we onze partners en kinderen met regelmaat een avondje alleen thuis laten zitten, maar met de kerst kijken we traditiegetrouw samen naar de kopie van onze zoon in Home Alone…
…Gevolgd door Home Alone 2 en 3, want tradities zijn er om uitgemolken te worden...
…Of het nou Pasen is of kerst, die stol moet op tafel...
…Hetzelfde geldt voor Jesus Christ Super Star. Ook al vertelt deze rockmusical niet de eerste maar juist de laatste dagen van onze lendedoekdragende voorloper van Superman, vorig jaar werd hij (en ik zweer het op de maagdelijkheid van moeder Maria) tijdens de kerst uitgezonden...
…Naastenliefde is heden ten dage vertaald naar het overmaken van geld naar een willekeurig gekozen goed doel, wat het op dat moment ‘goed doet’ (lees: waar een of andere kunstenaar een mooie foto en passende slogan bij kon bedenken) en dat dan landelijk triomfantelijk aan de grote klok hangen via een stel dj’s die 6 dagen gaan vasten in een glazen huis en daarmee een soort profeetstatus willen afdwingen…
…De oudejaarsconference, lekker terugblikken op wat we morgen alweer vergeten zijn…
…O ja, de koningin heeft ook nog wat te zeggen. Die vlotte geëngageerde babbel, daar kan geen troonrede tegenop…
…Eigenlijk past fonduen veel beter bij de feestdagen dan gourmetten. Hmm, lekker cheesy…
…Wham! snakt niet als enige naar een Last Christmas. Maar het jaar is nog niet voorbij of het is alweer zover…

Kerstmis gaat over hoop, (nieuw) leven en goed doen. Je kunt een hoop goede dingen doen in je leven. Wat dat dan moet zijn, ik weet het niet precies. Wel kan ik je vertellen dat er in bovenstaande lijst maar weinig dingen zinvol zouden zijn als ze geen tradities waren geweest. Tradities. Verplichte kost. Maar ja, gewoon op een doordeweekse dag gourmetten is ook weer zoiets. De kerstgedachte, tja, wat verstaan we daar precies onder? Een vriend van de middelbare school kon het mij destijds nog het meest treffend toelichten door een miezerig kladblaadje te geven met daarop een stempelafdruk van Nijntje met kerstster en in vluchtig handschrift eronder geschreven: ‘Het gaat om de kerstgedachte’!

Misschien moeten we alles ook maar beter zo laten. Een kleine cultuurverandering wil ik echter nog wel proberen te creëren. Een traditie moet immers ergens beginnen. Daarom stel ik voor: tijdens de kerst gaat voortaan elke architect compleet – en dat wil zeggen inclusief bril – in het wit gekleed! Zo, dan hebben we tenminste elk jaar zeker een witte kerst. En vreest niet, we hebben in dat geval nog ruim voldoende donkerzwarte dagen voor Kerstmis: van 27 december tot en met 24 december…

Ik wens iedereen een prettige kerst toe en alvast een geweldig 2012!

Reacties naar redactie@vanakenarchitecten.nl

Comfortfundamentalisme - november 2011

door Coen Smets

Ik kan me goed indenken dat conservatieve moslimfundamentalisten een grote afkeer hebben tegen de westerse levensstijl die wij bezigen. Maar deze afkeer is niet zo zwart-wit van hunnie tegen hullie geloof ik (en veel verder, noch extremer dan dit reikt mijn geloof overigens niet). Onze culturen zijn blijvend aan verandering onderhevig. Dat is maar goed ook, want elke vorm van extremisme is enorm bekrompen, of dat nou islamitisch, christelijk of atheïstisch is. Het beste wapen tegen dit bekrompen denken is de spiegel voorhouden. Zelfkritiek en jezelf daarmee durven te confronteren. De vrije markt werkt dan misschien prima tot op zekere hoogte, maar het haalt naast grootse menselijke prestaties en totale betrokkenheid ook eigenschappen naar boven als arrogantie, gemakzucht en hebzucht.

In de westerse wereld doen we er sinds mensenheugenis alles aan om maar zo comfortabel mogelijk te leven. Daarbij wordt tegenwoordig vooral gekeken naar het fysieke comfort. Het spirituele comfort wordt daarbij ontzettend ondergewaardeerd. Liever zorgen we ervoor dat het in het hele huis constant 21 graden warm is, in plaats van in een koud huis de open haard (wie heeft die nog?) aan te zetten met een dekentje over je schoot. Gerrit Rietveld zei eens: “I think it is indeed very unhealthy in winter not to feel the cold and in summer not to feel the heat”[i] Als je het daar niet op zijn minst deels mee eens bent, dan beweer je dat je het liefst het hele jaar door in eenzelfde gevoelloze neutrale toestand wilt verkeren. Dat ontneemt je dan ook om ergens naar uit te kijken. Naar het begin van de lente bijvoorbeeld.

De enorme energie die we steken in het scheppen van een neutrale en constante leefomgeving druist keihard in tegen het idee dat we energieneutraal en milieuvriendelijk zouden willen (of moeten) leven. Beter kunnen we energie steken in het bijstellen van ons levenspatroon: behoeftes laten afnemen. Een keer accepteren om de kou of hitte te trotseren. Beter kijken wat we nou werkelijk nodig hebben en wat energieverspilling is. Wat moet je er bijvoorbeeld van denken als je advertenties ziet van afstandsbedieningen voor het openen en sluiten van je gordijnen? Hebben we allemaal polio of zo? Hebben we dat nou echt nodig? Nee natuurlijk niet! Maar als je een beetje gehaaid bent en je product goed kan verkopen, is er zelfs voor dat soort troep ruimte in ons denk- en gedragspatroon. Comfortabel, zo wordt beweerd. Maar let even op: ten eerste moet je om de zoveel tijd batterijen kopen voor de afstandsbediening, ten tweede doe je door dit en soortgelijke uitvindingen geen ene moer meer zodat je fysieke gestel danig de behoefte heeft om te trainen. Koop maar weer een sportkaart! (Overigens een ironisch tussendoortje: Thomas Midgley, uitvinder van onder andere CFK en gelode benzine, stierf in 1944 door toedoen van een zelfontworpen machine die hem moest helpen in bed recht te komen nadat hij kreupel werd door polio.)

We laten alles klakkeloos over aan de techniek en verwijderen onszelf meer en meer van een zelfstandig persoon die zich weet te redden als het nodig is. Die zichzelf kwaliteiten aanleert en zich ontplooit. Neem het piepsignaal op de nieuwere auto’s bij het inparkeren. Wie kan er zelf nog een beetje sturen? Wat maakt een krasje meer of minder op je auto eigenlijk uit? Wie weet nog de telefoonnummers van zijn vrienden als de mobiele telefoon het begeeft? In plaats van je dieet aanpassen, heb je speciale afslankpillen. Je buikspieren kun je al zittend in je luie stoel kweken met een pulserend apparaatje. Je hoeft er geen fundamentalist voor te zijn om in te zien dat dit inderdaad verwerpelijk gedrag is.

Dit thema is al vaak aangehaald, beschreven en verfilmd. De vrees dat de mensheid wordt ingehaald door de techniek is zo oud als het, blijkbaar nog altijd niet te overtreffen, systeemplafond. Dit stukje is mij niet te doen om argwaan te zaaien tegen al wat nieuw is, maar puur om ons de spiegel voor te houden: is al dat (fysieke!) comfort nu echt zo hard nodig? Ik geloof zogezegd niet in extremen en ik pleit ook niet voor geheelonthouding van comfort. Wel hoop ik dat er af en toe momenten zullen komen waarop we met zijn allen zeggen: “Laat deze maar een keer aan ons voorbij gaan.” Zoals bij de zoveelste update van computersoftware, zoals bij weer een nieuwere iPad versie. En zeker zoals bij een op afstand te besturen gordijn! De enige zucht die we lijken te hebben en waar we alle energie tegenaan smijten, is gemakzucht (opdat we maar steeds minder te zuchten hebben…). De gedachte dat deze energieverspilling ten behoeve van ons fysieke én spirituele comfort te rechtvaardigen is, is echter fundamenteel fout! 

[i] Uit: ‘De 8 en Opbouw,’ 25, December 11, 1933; geciteerd in Szénássy, Istuan L. et al, ‘g. rietveld architect,’ Stedelijk Museum Amsterdam / Arts Council of Great Britain, Amsterdam, 1971 [geen paginanummer].

Reacties naar redactie@vanakenarchitecten.nl

De vakantiebril - juli 2011

door Coen Smets

En daar sta je dan weer. Net uitgestapt uit het vliegtuig. Druilerig weer, die harde ‘g’ overal en oh wat is het toch vlak hier! Terug in de stad. Die stoep, die armetierige stoep! Wat is die toch altijd lelijk! Zo confronterend. Een klap in je gezicht. Het schudt je definitief wakker uit je nog nagenietende vakantieroes en schreeuwt: je bent weer thuis! Of in elk geval: je bent weer terug waar je woont… Wanneer is het weer vakantie? Wanneer gaan we weer?!

Ik leef al weken naar mijn vakantie toe. Binnenkort ga ik naar Istanbul en ik kan niet wachten. En hoewel ik van stedentrips houd, gaat bij mij tijdens mijn vakantie de architectuurstekker er wel even uit. Als ik een stad ga bezoeken, dan vragen architecten om mij heen vaak: heb je dat gebouw gezien van die en die architect? Nee, ik bezoek een stad niet omwille van een bepaald project. Ik zie wel allerlei details of opmerkelijkheden op architectonisch of stedenbouwkundig gebied, maar ik vraag me eigenlijk nooit af: wie heeft dat gemaakt? Wel kunnen de volgende gedachtes, tussen de Köfte en de Pilav, door mijn hoofd schieten: Hoe wonen de mensen daar? - Hé wat raar, de entree via het balkon! -  Ik wil ook zo’n hoog plafond!! - Kijk eens hoe dat plein leuk wordt gebruikt! - Hadden wij maar wat meer hoogteverschil in Nederland, wat kun je daar toch leuke ontwerpen mee maken. - Dat meen je niet, heb je zulke mooie statige panden, waar wij alleen van kunnen dromen, en dan is er niemand die zich bekommert om het wegpoetsen van die graffitileuzen! Het lijkt zowaar dat alles mooier en leuker is op vakantie. Zelfs die vluchtig gekliederde liefdesverklaringen op elke barokke gevel kunnen ons romantische beeld van deze buitenlandse steden niet verstoren. Zouden we eenzelfde gevoel voor ironie hebben als het bij ons thuis in de wijk zou voorkomen? Of is het zo dat we het op vakantie gaan collectief ophemelen en het zodoende wél een keer kunnen volhouden om twee weken lang niet zoveel te zeuren, omdat we alles door onze vakantiebril beschouwen?

Een groot deel van de aantrekkingskracht naar buitenlandse bestemmingen is voor mij het dagelijks leven daar. Hoe wonen de mensen er? Denigrerend gezegd zijn het de perfecte figuranten die het romantische plaatje completeren. De oude mannetjes zittend op een bankje op het plein. Twee huisvrouwen die vanaf hun balkon een gesprek aan het voeren zijn. De overvolle bars in de morgen rond half tien op een gewone werkdag waar iedereen rustig een kop koffie drinkt en een krantje leest in de felle ochtendzon (jaloers!!!) Prachtig geënsceneerde fragmenten uit een film waar jij in verzeild bent geraakt.

Maar zodra we thuis zijn, gaan de oogkleppen weer op. We zijn weer in ons dagelijks leven beland. De film is afgelopen, morgenavond komt de volgende pas. Eerst werken. De vakantiegangers uit het buitenland (of eigen land) die vakantie vieren hier in Nederland zien we niet eens meer staan. We zijn zelf tot nietsvermoedende figuranten getransformeerd in hun mooie, geromantiseerde film. Hoe is het mogelijk dat er zoveel mensen zijn die deze film willen zien, die als volgt met diepe stem aangekondigd zou kunnen worden: “In a land… that’s as flat as a dubbeltje… where it’s raining every single day… where everyone is in a hurry and looking only to the poor, boring pavement… and where clearing your throat is part of national communication… One man… doesn’t complain… when the train… is fifteen minutes late… Coming this lousy summer… A Touch of the Dutch.”

De vakantiebril, hij werkt nog altijd beter dan het 3d-brilletje!

Reacties naar redactie@vanakenarchitecten.nl

Wel- of Nietstand? Een metaforisch onderzoek - juni 2011

door Coen Smets

Als je op de website van de gemeente Eindhoven zoekt naar onderwerpen over de welstand, in de wetenschap dat het welstandsbeleid in Eindhoven dreigt te worden afgeschaft (nadat Boekel de primeur in Nederland had, en ja, dan kun je niet achterblijven), dan kom je terecht op een pagina waar de ogenschijnlijk nietsvermoedende afdeling, die over esthetisch verantwoord Eindhoven gaat, diens belang toelicht met de woorden: “Het welstandsbeleid probeert de gemeente Eindhoven te zorgen voor een aangenaam en aantrekkelijk stadsbeeld.” Dat dit een grammaticaal incorrecte zin is, zullen we maar even laten voor wat het is. Kloppende grammatica is kennelijk even belangrijk als esthetische en verantwoorde architectuur in de lichtstad. Wat mij meer opvalt is het beschermende karakter dat de welstand kennelijk nastreeft, kijkend naar de woordjes ‘zorgen’ en ‘probeert’. Ik ben geen groot fan van bescherming. Ik houd meer van een trial-and-error methode. Daar leer je veel meer en veel sneller van. Bovendien biedt ze ruimte voor actie en vrijheid! Ik ben dan ook heel benieuwd naar dit experiment van de gemeente Eindhoven en kan het niet laten om een kleine voorspelling te maken, gebaseerd op metaforisch onderzoek:

De gemeente Eindhoven kunnen we beschouwen als een zorgzame moeder: mevrouw Van Eindhoven. Maar ze heeft gebaard. Dochter Stadsbeeld, wat nu? Ze probeert goedschiks om het mormel te verzorgen, met de ijle hoop er nog iets aangenaams, of op zijn minst, aantrekkelijks van te maken. Het kind groeit veilig onder moeders vleugels op en wordt stilaan jongvolwassen. Maar Stadsbeeld doet niet meer precies wat mamlief voor ogen hield, ze wordt recalcitrant.

Is mevrouw Van Eindhoven wel een goede moeder? Haar dochter drijft haar tot wanhoop en de naweeën uit haar eigen jeugd borrelen weer op. Enige uitkomst lijkt een praatgroepje. Niet geheel toevallig raakt ze daar in gesprek met mevrouw Van Boekel. Deze legt uit dat ze het niet meer aankan met haar dochter, genaamd Dorpsgezicht. Ze vertelt uitvoerig over haar. Een tijdje geleden had ze de hoop opgegeven, en haar laten uitvliegen. Mevrouw Van Boekel vreest dat haar dochter binnen de kortste keren onder de tatoeages en piercings zal zitten en vast en zeker zo’n rare pet met ongebogen klep gaat dragen! Met de stickers er nog op (schijnt mode te zijn)! Moeder Van Eindhoven rilt van de gedachte, maar merkt dat ze veel verontrustende overeenkomsten heeft met Van Boekel. Ze laat haar hormonen even de vrije loop en in een handeling van impulsiviteit beslist ze dat haar dochter ook maar op eigen benen moet. Nee, ze komt er thuis niet meer in!

Terug naar de dag van vandaag en de kwestie Wel- of Nietstand: het wel of niet op eigen benen staan van het stadsbeeld. We kunnen allerlei toetsingsmethoden en parallellen op dit onderwerp loslaten, of we laten het lekker gebeuren en zullen dan proefondervindelijk te weten komen waar het naar toe gaat met de aangenaamheid, de aantrekkelijkheid en de daarmee gepaard gaande status en financiële waarde van de stad. Want na de rebelse adolescentenfase beginnen we aan de metaforische studententijd van het stadsbeeld. Een tijd waar menigeen buitengewoon fantastische herinneringen aan heeft. Aan die prachtige tijd konden zelfs de krappe portemonnee en de schrale studentenkamertjes met hun dubieuze grootte en prijs-/kwaliteitverhouding geen afbreuk doen! Er wacht het stadsbeeld van Eindhoven een tijd van vorming, bewustwording, een schat aan ervaringen en vele vrijheden waar ze mijn inziens kei hard van moet gaan genieten. En, geloof me, de burgerlijkheid sluipt er op termijn toch wel weer in!

Reacties naar redactie@vanakenarchitecten.nl

Dat shoppen we wel even weg - mei 2011

door Coen Smets

Architecten houden van shoppen. Photoshoppen wel te verstaan. De ideale wereld waarin alle imperfecties en foutjes kunnen worden weggepoetst met een paar klikken op de muis. Het is ook niet gek dat wij juist bezig zijn met dit stadium waarin realiteit wordt bewerkt, om een nieuwe werkelijkheid, een nieuw ideaal, te creëren. Die nieuwe werkelijkheid is er namelijk nog niet, maar hij moet al wel verkocht worden. En aangezien veel aanschouwers toch niet precies weten hoe dat beeld wordt gemaakt, gaat het om het laatste plaatje, het presenteerblaadje. Tijdens mijn stageperiode in Turijn noemde mijn werkgever dit het money shot (het plaatje dat verkoopt). Het duurde me een paar tellen voordat ik hem doorhad, vanwege zijn zwaar Italiaanse accent (manniesjotte, met de klemtoon op sjot) en nog vóórdat dat ahaa-moment was aangebroken, ging hij enthousiast door over de vergelijking met het cum shot in pornofilms (deze laatste iets beter uitgesproken, als kamsjotte, wederom met klemtoon op de laatste lettergreep).

Hebben wij architecten dit shot echt nodig en is het net zo banaal als in porno? Laten we in dat geval ook eens aandacht schenken aan de fetisjisten onder onze klanten. Waarom altijd die gelikte plaatjes met de standaard blije, zonnige taferelen? Veel groen, een paar kindjes erbij, alléén vitale ouderen en, niet te vergeten, een blauwe lucht vol vogeltjes. Dat is blijkbaar de enige ideale wereld volgens de architect (of moet ik zeggen volgens de opdrachtgever?) Wij doen wat de opdrachtgever vraagt, maar als wij altijd tamme, lieflijke, utopische prenten maken, dan blijven de verwachtingen van de opdrachtgever ook gereserveerd. Dus niet play on demand, maar de toon zetten, is wat we moeten doen! En hoewel we te maken hebben met veel regels en partijen die het ontwerp van een gebouw in grote lijnen enorm sturen, zouden we ons, mijns inziens, niet door deze gewoontes en verwachtingspatronen moeten laten beperken in de wijze waarop we onze ontwerpen presenteren. Waarom moeten we bang zijn om humor in te zetten en te choqueren? Picasso was nooit beroemd geworden als ie op een iedereen-kan-schilderen manier zou hebben geschilderd! Overigens is het niet die beroemdheid waar het om gaat, maar de impact die Picasso’s werk heeft gehad op nieuwe manieren van kijken en ervaren en daarmee de ontwikkeling van de schilderkunst.

Maar werkt choqueren eigenlijk wel voor architectuur? Of moeten wij ons toch beperken tot simpelweg uitvoeren wat men van ons verlangt? Als je de vergelijking weer maakt met het cum shot, dan zou je kunnen stellen dat dit uiterst voor de hand liggende einde totaal niet verrassend, maar nog altijd een climax is, die bovendien maar moeilijk te overtreffen blijkt. Waarom afstappen van deze gouden formule, zou je zeggen! Een formule die bewijst dat originele verhaallijnen ondergeschikt zijn en waarin werelden worden getoond die eerder een vertaling van een gedachte zijn dan van een voorspelde realiteit. De ‘vieze’ gedachtes van ons (jou, en ook je buurman en –vrouw!) zijn taboes, en daarin schuilt de kracht. De gelikte geshopte shots die wij architecten maken, vallen echter onder de veilige categorie ‘softcore’. Ik ben erg benieuwd wat het oplevert als we nou eens beginnen met het wegschoppen van dit softe censuur. Dus laten we eens een paar shots maken met vooral lelijke mensen, vallende ouderen, een dronken meisje kotsend in een mooi groen bloemperkje (want groen verkoopt…) en, voor de schaalverhouding, een aangespoelde walvis en een stel smurfen. Het is maar de vraag waar dit experiment op uit zal draaien. Wordt het een anti-climax, of misschien toch een zinderende apotheose in visuele projectpresentaties?

Reacties naar redactie@vanakenarchitecten.nl